Terug Burgemeestersbesluit

ma 09/11/2020 - 13:00 gemeentehuis

  • De Burgemeester

    Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal , artikel 28 § 1, 2° en artikel 63, eerste lid;

    Gelet op de nieuwe gemeentewet, artikel 133, § 2, en 135, § 2;

    Gelet op het Ministerieel besluit van 1 november 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;

    Gelet op de aangepaste richtlijnen van het Agentschap Binnenlands Bestuur COVID-19: vergaderingen van lokale bestuursorganen tijdens de coronacrisis; dat de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn digitaal kan doorgaan als het lokaal bestuur dit, gelet op de gezondheidssituatie, de aangewezen vergadervorm acht;

    Gelet op de verspreiding van het COVID-19 virus (coronavirus) binnen Europa en België;

    Gelet op de geldende maatregelen van social distancing die door alle supranationale gezondheidsorganisaties ondersteund worden en in verschillende landen genomen worden;

    Overwegende dat de gemeenten de specifieke opdracht hebben om te voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen; dat het tot de taak en de bevoegdheid van de gemeente behoort om passende maatregelen te nemen om epidemieën, zoals de ernstige dreiging die het COVID-19-virus met zich meebrengt, te voorkomen;

    Overwegende dat de gemeenteoverheden dan ook op grond van deze algemene politiebevoegdheid maatregelen kunnen nemen om de openbare orde in de ruimste zin van het woord binnen de gemeente te verzekeren;

    Overwegende dat de burgemeester, op grond van de artikelen 133, § 2, juncto 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet bevoegd is voor de vrijwaring van de openbare orde (zijnde rust, veiligheid en gezondheid) op openbare en publiek toegankelijke plaatsen; dat in het kader van voornoemde artikelen de burgemeester eveneens in dringende omstandigheden maatregelen kan uitvaardigen voor de organisatie van de vergaderingen van lokale bestuursorganen;

    Overwegende dat, teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 maximaal te beperken, het noodzakelijk is om geen fysieke bijeenkomsten van bestuursorganen te laten doorgaan; dat derhalve de eerstkomende vergaderingen van de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn, het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau, in digitale zitting zullen doorgaan, wat concreet betekent dat deze vergaderingen zullen doorgaan door middel van videoconferentie;

    Overwegende dat het echter, omwille van de huidige opgelegde maatregelen ter bestrijding van het coronavirus COVID-19, het tevens niet aangewezen is om publiek in de zitting van zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn toe te laten;

    Overwegende dat derhalve de zittingen van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn voor de duur van de federale fase achter gesloten deuren zullen plaatsvinden;

    Overwegende dat de dagelijkse werking van de lokale besturen gegarandeerd moet blijven

    Besluit

    Art. 1. Het besluit van 21 oktober 2020 houdende beslissing om de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn fysiek te laten doorgaan in de kleuterspeelzaal van gemeentelijke bassisschool De Vlnderdreef te Zwaaikom 1 en tot nader order de publieksplaatsen te beperken tot tien plaatsen, op te heffen.

    Art. 2. Te beslissen dat de zittingen van de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn, het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau enkel nog doorgaan in digitale zitting volgens videoconferentie, dit teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.

    Art. 3. Dat de zittingen van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn achter gesloten deuren plaatsvinden.

    Art. 4. Dat deze maatregel wordt opgelegd gedurende de volledige periode van de federale fase.

    Art. 5. Dit besluit bekend te maken zoals voorgeschreven in artikel 285 § 1 en 287 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.